Back to the index. All about the Freek man. Live always online streaming webcam. Hit this button to chat right now! This are my archief files. Download some cool stuff. Please mail me. Things that blow my mind. Please sign my own guestbook. Take a look at my favorites. About the devil.

  Online:


6 jaar

Carry Dirkx

maart 2001

Pittige uitspraken passen bij Freek de Ru (25). Een hard oordeel heeft hij echter niet alleen over zijn omgeving, maar net zo goed over zichzelf. 'Een zielige rotblinde' noemde hij zichzelf in zijn puberteit. Inmiddels weet hij 'te houden van zijn handicap'.

"Als kind kon ik nog redelijk zien. Toen ik zes jaar was, zag ik nog twaalf procent met beide ogen. Nu nog maar één procent en ik heb een kokervisus. De verwachting is dat het, nu ik uitgegroeid ben, gestabiliseerd is. Op Theofaan ben ik in eerste instantie ook naar de slechtziendenafdeling gegaan. Dat was toen nog gescheiden, op de groepen en op de school. Later zijn ze dat gaan mengen. Natuurlijk had ik in het begin heimwee, maar ik had het er erg snel naar mijn zijn. Ik ben er goed doorheen gerold. Toch ben ik er voorstander van zoveel mogelijk blinden in het normale onderwijs te plaatsen. Zo'n instituut is heel gezellig, maar je wordt er beschermd opgevoed en je krijgt een vertekend beeld van de maatschappij. Ik vond het niet erg, maar daarna heb ik toch wel wat problemen gehad. Die had ik misschien ook gekregen als ik daar niet gezeten had, maar ik denk dat je dan toch wat harder bent voordat je in moeilijkere levensfasen, als de puberteit, terechtkomt.

Ik was altijd wat gevoelig, maar dat werd minder naarmate ik ouder werd. Dat is ook bijna 'verplicht' als je in je puberteit tussen de zienden komt. Tegelijk heb ik me op het internaat altijd vrij los gedragen. En ik was mobiel, ondernemend en ik hield er wel van iets te flikken. Dan komt het wel goed, natuurlijk. We hebben een keer een bunker uit de Tweede Wereldoorlog in de hens gezet die op het terrein stond. Daar kregen we alleen een berisping voor. Maar we hebben er met een groepje ook een keer een week huisarrest uitgesleept, omdat we strijkers en rotjes afgestreken hadden bij de paters.

Op het moment dat je daar woont, denk je er niet bij na dat het anders is dan anders. Ik woonde er vanaf mijn zesde, maar ben er pas vlak voor het einde over gaan denken, toen ik een jaar of veertien was. Ik moest toen een keuze maken: naar de havo in Nijmegen en op het instituut blijven, of naar de mavo in Waalwijk en weer thuis gaan wonen. Ze wilden me in ieder geval na twee jaar mavo van de school af hebben, want ik was heel zelfstandig. Ze vonden gewoon dat ik tussen de zienden moest gaan zitten. Ik vond dat zelf een moeilijke keuze, ik was daar niet zo blij mee. Ik vond het eng: ik besefte heel goed dat het niet meer allemaal voor me neergezet en aangepast zou worden. Toen besloot ik naar Waalwijk te gaan.

Het eerste jaar, drie mavo, ging stroef. Het leren ging goed, maar de acceptatie en mijn 'in-de-maatschappij-stromen' liep moeilijk. Ik werd gepest. De leerlingen op de mavo waren gewoon sukkels. De meesten konden niet omgaan met iets dat anders is. En als ze het wel kunnen, houden ze zich vast aan de groep waar ze inzitten en willen ze zeker niet afwijken. Er was ook wel een groep mensen die wel normaal met me omging. Dat was een groep waar de overgrote rest dan weer een beetje op neerkeek. Op de mavo is het nooit helemaal goed gekomen. Het vreemde vind ik dat ik wel een aantal vrienden had op de lts. Dat is dan niet het hoogstgeschoolde niveau, zullen we maar zeggen, maar daar kon ik heel goed mee opschieten. Maar die mavo-leerlingen, dat is speciaal volk hoor. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken. Ik vind het niet veel.



Zielig


Voordat ik naar de havo ging, leerde ik al mensen kennen die op die school zaten. Daardoor had ik het er al erg naar mijn zin toen ik daar binnenkwam. Het was een erg gezellige school. Ik heb met volle teugen genoten, maar het had allemaal wat beter gekund. Ik zat toen toch wel in een dip. Ik had niet veel zelfrespect. Als ik er nu op terugkijk, gedroeg ik me veel te zielig. Ik betrok veel op mijn handicap, van: 'ik ben maar een zielige rotblinde'. Zo voelde dat en zo gedroeg ik me soms ook. Ik ben er doorheen gerold en pas later besefte ik dat ik in een depressie gezeten heb. Ik was vooral voor mezelf aan het zeiken. Ook tegen vrienden. Maar voor mijn vrienden deed en doet het er niet toe dat ik slechtziend ben. Aan hun heb ik ook wel te danken dat ik door die periode heen ben gekomen, zij beurden me wel op. Ik ben toen ook een tijd drugs gaan gebruiken, soft- en harddrugs, XTC, speed. Toch heeft dat me juist ook geholpen. Als je drugs gebruikt, word je heel zelfverzekerd en kun je de hele wereld aan. Dat zorgde ervoor dat ik dat gevoel ook meer kreeg in het dagelijks leven. Tot er op een gegeven moment ook cocaïne in de scene kwam. Toen ben ik gestopt. Ik had ook een heel vervelende ervaring achter de rug met drugs, dat ik dacht dat ik doodging. Nu gebruik ik af en toe hard-drugs en blow regelmatig.

Na de havo ben ik naar Sonneheerdt gegaan voor een informaticaopleiding. Ik heb er eerst over gedacht de economische kant op te gaan: handelsrekenen, economie. Maar op het moment dat ik een laptop onder mijn vingers had, was het duidelijk dat ik informatica wilde gaan doen. In eerste instantie had ik er niet over nagedacht dat ik na vier jaar regulier onderwijs weer 'tussen de blinden' ging zitten. Na een week Sonneheerdt dacht ik even: 'shit, weer terug op het internaat'. Ik zat ook weer intern. Maar het internaatsgevoel was niet zo groot. Ik heb er op kamers gewoond en dat werd steeds zelfstandiger. En ik rolde al snel in een groepje jongeren die de student uithingen. Ik heb daar een hele leuke tijd gehad, hoewel Ermelo een dorp van niks is. Het had een relaxte kroeg die we maar meteen tot onze stamkroeg hebben gebombardeerd.



Sluiten


Het 'zielige' is inmiddels over. Ik respecteer mezelf nu volledig. En als iemand mij niet respecteert, dan vallen ze maar dood. Ik zal mijn handicap nooit kunnen accepteren, maar ik kan er heel goed mee leven en ik kan er zelfs van houden. Ik zie er wel positieve dingen in. En ik vind gewoon: dat is van Freek en als iemand mij een goeie gozer vindt, dan heeft hij die handicap ook volledig te accepteren en ermee om te gaan. Een positieve kant van mijn handicap vind ik dat je nuchterder naar mensen kijkt, niet alleen op het visuele vlak. Je duwt iemand minder snel in een hoekje. Wat ik er nog altijd heel vervelend aan vind, is dat ik de non-verbale communicatie mis. Praktische dingen interesseren me allemaal niet zoveel. Als ik dingen voor elkaar krijg, ben ik tevreden. Ik verwacht van mezelf gewoon dat ik ervoor vecht. Als je vrienden hebt en je ouders meewerken, dan rooi je het allemaal wel. Dan kun je veel opvangen en is het allemaal niet zo moeilijk om het voor elkaar te krijgen.

Ik ben er wel trots op dat je niet snel aan me merkt dat ik blind ben. Ik vind dat ik daar te weinig waardering voor krijg van anderen. Dat is natuurlijk onwetendheid. Terwijl als ze er eenmaal achter zijn dat ik blind ben, dan vind ik weer dat ik teveel… dan stokt het bij: 'Goh, wat knap!' en 'Wat doe je dat allemaal goed'.

Met vrouwen merk ik dat ook, in de liefde. Ik zie er best goed uit. Maar ik word bij voorbaat al afgewezen, omdat ik niet goed zie. Daar baal ik heel erg van! Dat slaat nergens op. Ik vind het niet erg dat de maatschappij zo op het visuele is gericht, maar een beetje meer begrip zou wel fijn zijn. Inmiddels vind ik het niet erg dat ik alleen ben. Van de ene kant vind ik het vervelend, anderzijds denk ik: als het zo moet, dan is dat voor mij voorlopig de enige oplossing. Mijn hart is twintig keer gebroken. En vaak heb ik heel weinig gehad, heel veel moeite gedaan voor niks. Als een relatie naar de klote gaat, zeggen mensen: 'Dat is heel erg'. Dat geloof ik ook, maar dit is ook niet prettig. Dus dan kun je jezelf maar beter afzetten. Gewoon sluiten. Ik ben vaak verliefd geweest, dat mislukte iedere keer. Ik denk dat dat voor negentig procent met mijn handicap te maken heeft. Dan zouten ze maar op. Er zijn te weinig vrouwen die het niet uitmaakt.

Of je hebt er een keer een goed gesprek over en dan kom je toch tot de conclusie dat het aan de maatschappij ligt. Ik kan daar in mijn eentje niks aan veranderen. Ik heb er veel over gepraat en hard van me afgeschopt. Ik weet niet of mensen daardoor anders zijn gaan denken. Misschien een paar. Sommige mensen denken nergens over na, heb ik het idee. Maar ik denk niet dat ik in mijn eentje iets kan aanrichten. Ik denk toch dat dat anders moet. Daar ben ik ook mee bezig. Het is de bedoeling dat ik, samen met twee anderen, (Sander en Winnie) wat ga ontwikkelen. We zijn bezig met het maken van in ieder geval een website die de zelfstandigheid van blinden zal gaan vergroten. Een soort belangenvereniging via de computer. Wat het precies wordt, kan ik je allemaal nog niet vertellen. Maar ik houd je wel op de hoogte.



Werkgevers


Informatica vind ik een uitdagend beroep. Je komt continu situaties tegen waarvoor je een oplossing moet zien te verzinnen. En een computer op zich vond ik in het begin al leuk! Ik kon heel snel al een beetje programmeren in 'basic'. Op Sonneheerdt heb ik een deel basistheorie gehad op hbo-niveau en een praktisch deel op mbo-niveau. Ik kan nu programmeren. Na de informaticaopleiding kwam ik het volgende tegen: werkgevers. En dat zijn net vrouwen: behoorlijk bevooroordeeld. Daarbij werken de wetjes in Nederland zo traag, dat je werkgevers moet tegen komen die hun best voor je doen. Ik heb wel vijftig tot honderd open sollicitaties verstuurd en een aantal gewone. Ik kwam erachter dat ik met open sollicitaties niks opschoot. Toen ben ik veel gewoon gaan solliciteren, want in de informatica zijn er genoeg vacatures. Maar dat werd allemaal niks. Ik loop nu stage en volg een opleiding tot programmeur voor bepaalde programma's bij een automatiseringsbedrijfk Waar ik schandelijk ontslagen ben. Nu heb ik in 2005 geheel zonder vrienden komen te zitten,